Teksten uit ‘Jakob Kruijff, graficus 1917- 2001’

Marijn Schapelhouman:

‘Voorwoord.’

Het is nog steeds wennen: de gedachte dat je met behulp van het internet allerlei belangwekkende, behartigenswaardige of zelfs mooie zaken kunt opsporen. Ik ben nu eenmaal van de generatie die, als ze iets wil weten, voor de boekenkast gaat staan. Maar toch, soms is een computer een handig ding. Kort geleden tikte ik op Google ‘Jaap Kruijff’ in, en voor ik het wist zat ik naar een in 1985 opgenomen documentaire over de kunstenaar en zijn werk te kijken. Jaap Kruijff litho’s heet die film eenvoudigweg en hij geeft inderdaad een mooi beeld van vooral de ambachtelijke kant van het lithograferen. Jaap Kruijffmaakte zijn prenten in de natuur en omdat het nu eenmaal niet heel praktisch is om met een loodzware lithosteen op je rug de bergen in te trekken, tekende hij op vooraf geprepareerde zinkplaten. Naderhand werd dan in het atelier de voorstelling van de plaat overgebracht op de lithografische steen en verder uitgewerkt. In sfeervol Rembrandtiek halfduister zien we Kruijff als een 20ste-eeuwse alchemist allerlei slechts half begrijpelijke handelingen verrichten en langzamerhand wordt er iets duidelijk van het ingewikkelde en uiterst bewerkelijke grafisch procédé. Vooral de opnamen van het prepareren van de zinkplaten in een met honderden metalen stuiters gevulde schudmachine die een hels kabaal maakt, spreken tot de verbeelding. Het mooist is echter de scène waarin we Kruijff, beladen met tekenbord, zinkplaten en een grote parasol door het Noord-Italiaanse berglandschap zien waden. De kunstenaar is in die film de 65 al gepasseerd, maar met zijn lange tengere lijf en grijze krullenbol maakt hij een jongensachtige, bijna verlegen indruk. Hij is duidelijk niet gewend, in grote woorden over zijn kunst te praten. Wat is het nu helemaal, zo’n landschap? Een stuk of wat bomen, hier en daar een struik, een heleboel gras en dan heb je het wel gehad. Toch klinkt er vervoering in zijn stem door als hij probeert uit te leggen hoe hij uiteindelijk zijn motief kiest. Hoe het precies werkt weet hij ook niet, maar als hij eenmaal op ‘de’ plek is aangekomen, dan twijfelt hij niet: dit moet hij tekenen, hier moet hij gaan zitten en niet drie meter naar links of naar rechts. Wat het fragment zo indrukwekkend maakt is het feit dat je als toeschouwer even het gevoel hebt dat je samen met Jaap Kruijff door één van zijn litho’s loopt. Bij nader inzien is dat natuurlijk de omgekeerde wereld: het is juist de suggestieve kracht van Kruijffs prenten die maakt dat de beschouwer, bij het zien van de filmbeelden, dit landschap herkent als de wereld van Jaap Kruijff. Voor die wereld moet je als kijker wel de tijd nemen. Kruijffs litho’s zijn zoals de man moet zijn geweest: bescheiden, ze dringen zich niet op. Ze vragen om rustige, aandachtige beschouwing. In deze prenten kan het oog uit wandelen gaan. De aftiteling van de documentaire eindigt met de tekst: Catering: Lisa Kruijff. Dat roept misschien het beeld op van een zorgzame echtgenote, redderend op de achtergrond, opdat het de hardwerkende mannen aan niets ontbreekt. Wie Lisa Kruijff heeft gekend, weet dat zij de goede dingen van deze aarde beminde, dus met die catering zal het wel in orde zijn geweest, maar haar zorg beperkte zich zeker niet tot louter het materieel welzijn van haar naasten. Na de dood van Jaap Kruijff ordende zij diens artistieke nalatenschap. Met drie trouwe vrienden van de kunstenaar – Bauke Marinus, Pieter Borstlap en Robert Klatser – riep zij een stichting in het leven, die zich ten doel stelt, het werk van Jaap Kruijff onder de aandacht van het kunstminnend publiek te brengen. Dank zij de inspanningen van Lisa en haar mede-bestuursleden herbergt het Prentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam sinds 2007 een representatieve keuze uit het lithografische oeuvre van Jaap Kruijff, aangevuld met een kleine groep voortreffelijke tekeningen. In het Rijksmuseum verkeert Kruijff nu, zoals Evert van Uitert schrijft in zijn essay in dit boekje, ‘in het gezelschap van een aantal geestverwante tijdgenoten’, Het komt me voor dat hij zich in die omgeving uitstekend thuis voelt.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *